Na de val van het West Romeinse Rijk in het jaar 476, met de afzetting van keizer Romulus Augustulus door de Germaanse veldheer Odoaker, viel het Romeinse rijk steeds verder uiteen door invallende Germaanse stammen van boven de Rijn en door de Visgoten van boven de Donau.
Vele stammen hadden het Arianistische Christendom aangenomen, waarbij de Christus wel als Zoon van de Vader, maar niet als God werd aangenomen. Het kerkelijke Romeinse en Orthodoxe Christendom hield vast aan de patriarch Athanasius, waarbij Christus net als de vader God is.
Voor de Germanen was het Arianisme naast hun oude Goden beter te aanvaarden. De Kerk veroordeelde het Arianisme in 325 n. Chr. op het Concilie van Nicea als ketterij. In Noord-West Gallië tussen Soisson en Parijs tot aan de Bretagne bleef een gebied in Romeinse handen, geregeerd door Aegidius en zijn zoon Syagrius. Aanvankelijk was dit via Aquitanië, Occitanië en de Languedoc nog met Italië verbonden, later ontstond een apart koninkrijk met de naam Neustrië (nieuw land, Soisson tot Bretagne). Clovis I de Merovinger uit Tournai (Doornik, 465) versloeg Sygarius in 486 bij Soissons. Hij verenigde Neustrië met het oostelijk gelegen gebied Austrasië (Vlaanderen, Holland, Metz, Aken, Keulen tot Fulda). Clovis ging door zijn vrouw Chlotilde over tot het Christendom en werd gedoopt in 496. Ook Aquitanië en Bourgondië verenigde hij in een Frankisch rijk. Na zijn dood viel het rijk weer uiteen in twee hoofdgebieden: Neustrië en Austrasië. In de tweehonderd jaar daarna was er voortdurend oorlog tussen beide landen. In die tijd werd de functie van hofmeier, hoofd van de hofhuishouding, steeds belangrijker. Deze breidden hun functie uit tot feitelijke heersers over het koninkrijk, met meer macht en invloed dan de koning zelf. De hofmeesters bestuurden het land en bestreden elkaars grondgebied.In deze strijd mengde zich de zoon van hofmeier Liuteric van Neustrië onder Teodorik III, de behendige, sluwe en boosaardige Hertog Eticho van Elzas en Bourgondië, ofwel Aldaric genoemd. Hij steunde afwisselend hofmeier Ebroin bij Childerik II van Neustrië en hofmeier Pepijn van Herstal bij Dagobert II van Austrasië. Hij ontving hiervoor landerijen, burchten en kloosters. Hij vermoorde de abt Germanus van Granfelden van het klooster Montier-Grandval om zijn gebied uit te kunnen breiden. De kleinzoon van Pepijn van Herstal, Pepijn de Korte, werd uiteindelijk koning van geheel Frankrijk, opgevolgd door zijn zoon Karel Martel en later door zijn kleinzoon Karel de Grote.
Deze strijd om de hegemonie in het Gallo-Frankische gebied kwam nog geheel uit de krachten van de Keltisch-Germaanse stammen, waarbij bloed en erfelijkheid de hoofdrol speelden. Het recht van de fysiek sterkste doortrok het hele bestaan van die tijd, waarin huwelijk, verraad, verbanning, moord en doodslag de gebruikelijke methoden waren om het gewenste doel te bereiken.