Mens ken uzelf en de idee van het goede

De drie kindskrachten als opstap naar de geest van het reine denken heb ik in mijn artikel over het zuivere levende denken in het vorige tijdschrift beschreven. Deze drie kindskrachten, opstaan/lopen, spreken en denken werken als de grootse ontwikkeling tot in het derde levensjaar om hierna de rest van het leven te blijven staan op het moment dat het kind ik tegen zichzelf begint te zeggen en vanaf daar op de achtergrond als morele toeschouwer tijdens zijn hele verdere leven te werken. Deze drie kindskrachten kunnen ook bewust worden en uit hun verborgenheid tevoorschijn komen. Dat treedt niet alleen op bijzondere momenten van het leven naar voren, waar het geweten een rol speelt in de morele besluitvorming, maar ook heel bewust door je zelf de vraag te stellen naar het wezen van de mens en naar de betekenis van het menszijn.

In mijn jeugdjaren werd tijdens de godsdienstles vaker de vraag gesteld: Waartoe zijn wij op aarde? Het was de eerste vraag in de catechismus waarop het antwoord moest zijn: Wij zijn op aarde om God te dienen en onze naaste lief te hebben zoals jezelf.

In onze moderne tijd ligt het zo eenvoudig niet en zoekt de mens in de eerste plaats zichzelf, wil eerst zichzelf vinden en komt dan pas tot de vraag naar de naaste en mogelijk naar God. Al in de oudheid klonk bij de Grieken het woord ‘Gnothi seauton’: ‘Mens ken uzelf ’. Het is de zoekende mens in de Griekse mysteriën die zijn eigen wezen zoekt om door de reiniging van zijn lagere zelf de geest te kunnen vinden. We vinden dit streven terug in de Romeinse Mithras kultus, in de middeleeuwen bij de Arthur- en Graalridders, bij de Tempeliers en de Rozenkruisers. Daar klonk steeds de vraag naar het kennen van de mens in de hoop het antwoord te vinden door het ontvangen van het innerlijke woord. Deze eerste vraag is tevens de eerste vraag voor iedere anthroposoof. Het is 30 jaar geleden dat het boek Zoek het licht dat opgaat in het westen van Mieke Mosmulller verscheen. In dit boek wordt opgeroepen het licht in het westen te zoeken. Er wordt niet zoals van ouds opgeroepen naar ‘Oriënte lux’ maar juist in de tegenovergestelde richting naar ‘Occidente lux’ te zoeken.
Steeds werd in het oosten het spirituele licht gezocht waar ook fysiek het licht van de zon opgaat. Dit gebeurde ook terecht omdat de mensheidsontwikkeling daar begint waar het spirituele nog niet zo vast met het fysieke lichaam verbonden was. De mens in het oosten was vroeger minder sterk verbonden met zijn lichaam. De mensheid maakt in onze tijd een sterke materiële ontwikkeling door en heeft hierdoor het contact met het spirituele steeds meer verloren. De mens raakt steeds meer in zijn lichaam verankerd en kan het spirituele alleen nog maar vinden buiten of boven zijn lichaam om zich daarna opnieuw met het fysieke te verbinden. Het enige aanknopingspunt dat er nog is, is het verstandsdenken waar de mens in zijn denken los kan zijn van de materiële wereld. De mens beleeft zichzelf alleen nog als ziel en lichaam. De geest wordt niet meer herkend. In 869 werd de geest officieel afgeschaft op het concilie van Constantinopel en moest de mens zichzelf zien als ziel en lichaam. Sinds de Renaissance van 1400 tot 1600 komt naast de opleving van de Grieks-Romeinse cultuur steeds meer belangstelling voor de natuurwetenschap en daarmee ontstaat een bewustzijnsontwikkeling van het menselijke ik met steeds meer zelfbewustzijn.
De verbinding met en de belangstelling voor het innerlijke religieuze en spirituele leven verplaatst zich in toenemende mate naar de interesse voor de uiterlijke fysieke wereld en daarmee voor het fysieke lichaam. Het persoonlijke bestaan wordt steeds belangrijker door een toename van het zelfgevoel en het loslaten van de goddelijke en de geestelijke wereld waarover steeds meer twijfel ontstaat en waarmee tevens angst en antipathie gepaard gaat. De ontwikkeling berust steeds meer op traditie en gaat in de richting van zonder God en geest te willen leven. Er ontstaat een vrijheidsgevoel dat gepaard gaat met gevoelens van eenzaamheid en verlatenheid.

Uit de verbinding met het aardse, het fysieke vinden we geen moraliteit, omdat er afstand ontstaan moet om tot de beoordeling van de dingen te komen. Hierbij gaat de warmte van de verbinding verloren en ontstaat kilte ten opzichte van de omgeving. Dat is ook geen wonder omdat het fysieke onderzocht wordt met het verstand dat alles alleen maar kan beoordelen door de dingen op afstand te onderzoeken. Het werkt door de waarneming met de zintuigen en het denken gespiegeld door de hersenen.
De zintuigen en de hersenen behoren tot het zenuwstelsel en dit heeft een afstandelijke en afbrekende werking. Er is door die afstand vrijheid en onafhankelijkheid, maar geen verbinding. Toch bestaat er een verlangen om naast de vrijheid ook een verbinding te maken met de omgeving waarin je leeft. De kachel blijft koud zonder vuur. Wil de kachel warm worden, moet het hout worden aangestoken. Zo is het ook met het denken door het verstand. Dat denken blijft koud en duister als het niet door de wil verwarmd en verlicht wordt. De wil brengt warmte en licht in het denken. Het denken wordt door de werking van de wil tevens beleefbaar als substantieel. Je kunt het denken beleefbaar en aanschouwbaar maken doordat de verbinding met de wil het denken substantie geeft. Het denken is dan niet meer vluchtig maar wordt tastbaar. Je beschikt dan over een denken dat zuiver, warm en beleefd is en wat een zekere macht en kracht heeft. De vraag komt op: Wat heb ik hier dan aan? Van Rudolf Steiner weten we uit zijn boek De filosofie der vrijheid dat we een zekere vrijheid vinden door ons verstand met zijn afstandelijkheid, maar dat we ons hiermee niet kunnen bevrijden van de wilsimpulsen die gebonden zijn aan onze persoonlijke voorkeuren. Willen we onze wil werkelijk onbaatzuchtig kunnen inzetten voor een liefdevolle vrije handeling, dan hebben we een rein krachtig denken nodig dat vrij geworden is van onze subjectiviteit en liefde bevat door de verbinding met de wil.

Als illustratie geef ik een voorbeeld uit de geschiedenis waaruit blijkt dat men toen ook al wist hoe belangrijk de reiniging van de wil was, alhoewel het zelfbewustzijn nog niet zover ontwikkeld was als in onze tijd. Het betreft de ridder-monnikenorde van de Tempeliers opgericht in 1118 door Hugo de Payens in Jeruzalem, waarbij in 1128 de erkenning van de orde plaatsvond op het concilie van Troyes¹ in Frankrijk. Deze orderidders legden tevens de kloostergeloften af van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid. De regels van de orde werden gegeven door de cisterciënzer monnik Bernard de Clairvaux.
Centraal in deze regelgeving stond de dagelijkse Maria Sophia verering, die de bedoeling had om tot loutering van de ziel te komen en de sterrenwijsheid te ontvangen. Dit was bij de tempeliers het kennisaspect.
Daarnaast bestonden er drie ontwikkelingsgraden: De Petrusgraad, de Jacobusgraad en de Johannesgraad. Deze kwamen overeen met de beproevingen van het geloof, de hoop en de liefde. Dit was de ontwikkeling van de christelijke deugden, waarbij de hele mens wordt ingezet.
Petrus, Jacobus en Johannes waren de drie apostelen die aanwezig waren bij de verheerlijking van Christus op de berg Tabor met Elia en Mozes aan weerszijde van Christus. De tempeliers gingen de christelijke inwijdingsweg, innerlijk door meditatie, maar ook uiterlijk als verwerkeling van de liefdesimpuls.
De ridders gaven hun gehele bezit, goederen, land en geld aan de orde, hun uitrusting was eenmalig, kleding, wapens en paard werden slechts eenmaal verstrekt. Als deze verloren gingen moesten ze deze zelf in de strijd terug verwerven. Alles wat ze hadden, tot hun eigen bloed toe, beschouwden ze als van Christus.
Het bloed behoorde Christus toe en zo beschouwden ze ook de enorme schatten aan goud die ze verzameld hadden, om als bankiers uit te lenen aan hen die daarom vroegen, als het bloed van Christus. Goud en bloed was hetzelfde, het mocht niet voor jezelf gebruikt worden, het moest in dienst staan van Christus. Het moet een gevoel gegeven hebben, dat je als Tempelier in Christus leefde.
Zoals in het sprookje van Goethe de jonge ridder het zwaard, de scepter en de kroon ontving toen de slang zijn met goud doordrongen slangenlichaam offerde om als brug te functioneren naar de geestelijke wereld.

Sprookje van Goethe, de slang offert zich als brug over de rivier.

Zo ontvingen de tempelieren eenmalig de lans, het zwaard, het schild en de helm. In deze ridder uitrusting kunnen we vier krachten beleven: de warmte, het licht, de klank en het leven. Het zijn beelden voor de vier etherkrachten.

San Michele il drago, Raffaello, 1505

In deze vier ethersoorten vinden we de weg naar het goede. Het goede gaat van de warmte uit en in de wil verzorgt mijn eigen Ik wezen de warmte.
Mijn goede wil gaat uit van mijn Ik. De warmte gaat uit van mijn bloed dat het instrument is van mijn Ik. Goethe zegt in het eerste deel van zijn Faust: ‘Blut ist ein ganz besonderer Saft’, ‘bloed is een heel bijzonder sap’. Hier verlangt Mephisto van Faust de ondertekening van een contract met het eigen bloed. Door het contract hoopt Faust hogere kennis van Mephisto te verkrijgen. En Mephisto meent Faust sterker in de hand te hebben wat betreft zijn strijd tussen het goede en het boze in de mens. Faust levert zijn ziel uit aan de Boze om hogere kennis te verkrijgen.
Met het bloed van de mens kan het hogere wezen zich verbinden maar tevens kan het lagere wezen hierin toegang vinden. In de omgang met het goud zien we dit terug. Het bezit van het goud voor persoonlijke doeleinden verleidt tot begeerte van het lagere ik. Het onbaatzuchtige wegschenken van het goud voor de gemeenschap in de zin van caritas is de weg van het hogere Ik.
Dit hogere Ik werkt in de eerste drie jaren van de kindheid in het opstaan/lopen, in het spreken en het denken/begrijpen. Deze drie krachten van dat Ik zijn tevens de toegang tot de geestwereld, het zijn de drie sleutels van de poort naar de geestelijke wereld.²
Het opstaan is de eerste sleutel van de oriëntering in de geestelijke wereld. Hier is geen zwaartekracht maar uitbreiding en intrekking. Het is een geestelijk ademproces, ik stroom uit en weer in.
Het spreken is de tweede sleutel in de geestelijke wereld van het wereldwoord door de geestwezens in te ademen die in jouw klinken.
Het denken is de derde sleutel in de geestelijke wereld, het oplichten van de wereld-gedachten in jou.
Als we als kind op de aarde binnenkomen zijn het de Maankrachten die ons daar binnenleiden en het oprichten, spreken en denken begeleiden. Het zijn de Saturnus krachten die ons begeleiden bij de oriëntering, bij het wereldwoord en de wereld gedachten na de dood, maar ook bij de spirituele inwijding. Deze saturnuskrachten zijn van moraliteit doordrongen. De etherwereld ligt in de gehele kosmos uitgebreid. Daar spreekt de Logos met moraliteit en de wereldgedachten zijn vervuld van moraliteit.
Bij het betreden van de aarde en de omvorming in lopen, spreken en denken raakt deze moraliteit verloren. De nawerking van de moraliteit vinden we terug als we de wil met het denken verbinden. Dan wordt het willen bewust en vinden we het goede terug waarmee de kosmos vervuld is.

_______

1  Zie Tempel und Gral van Willem F. Veltman, Info3-Verlag
2  Rudolf Steiner, Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des 
Menschen zur Sternenwelt, GA 219. 1e voordracht 26.11.1922

 

Wie is Mieke Mosmuller?

Mieke Mosmuller is arts, schrijfster en filosofe. Zij schrijft over actualiteiten die raken aan haar filosofisch-spirituele ontwikkelingsweg die zij startte in 1983…

Volgende seminar

30-03-2026 t/m 01-04-2026
In de week voor Pasen bezoeken wij de Kathedraal van Chartres onder leiding van Mieke Mosmuller. We overnachten in de herberg St. Yves, welke zich direct naast de Kathedraal bevindt.

Meer artikelen

Corona Blog 11-3-2020 t/m 5-8-2020

De kroon – 11-03-2020 https://www.miekemosmuller.com/nl/blog/de-kroon Corona – 17-03-2020 https://www.miekemosmuller.com/nl/blog/corona Corona 2 – 19-03-2020 https://www.miekemosmuller.com/nl/blog/corona-2 Virus – 24-03-2020 https://www.miekemosmuller.com/nl/blog/virus Waarom overkomt ons dit? – 26-03-2020 https://www.miekemosmuller.com/nl/blog/waarom-overkomt-ons-dit Zelf-beheersing – 31-03-2020 https://www.miekemosmuller.com/nl/blog/zelf-beheersing De publieke

Lees meer

Nieuw boek