Honderd jaar na de Weihnachtstagung

In 1922 in de oudejaarsnacht naar 1923 brandde het Goetheanum in Dornach af. In het jaar daarna trad een bezinning in. Rudolf Steiner heeft in dat jaar 1923 veel voordrachten gehouden over wat de anthroposofie nu eigenlijk is en hoe deze anthroposofie de wereld zou kunnen veroveren, wanneer de anthroposofen daar op de juiste manier mee zouden omgaan. Het was natuurlijk onvermijdelijk dat in dat jaar 1923 ook vaak een scherpe kritische toon van Rudolf Steiner te vernemen was en je stelt je wel eens voor hoe het voor de toehoorders geweest moet zijn, dat die man die tijdens een voordracht altijd putte uit de geestelijke wereld, scherpe kritiek uitoefende op het omgaan van anthroposofen met de gegeven anthroposofie.
In het verloop van 1923 werden overal in Europa landelijke verenigingen opgericht die dan tijdens de kerstbijeenkomst 1923/24 samen een antroposofische vereniging zouden moeten vormen. Een vereniging die nieuw zou worden opgericht met een nieuw bestuur, met als voorzitter Rudolf Steiner zelf. In de maanden daaraan voorafgaand moet hij zelf nog getwijfeld hebben of dit wel zo moest gebeuren. Zeylmans (1): “Wellicht kon men er voor het eerst iets van merken toen hij tijdens een bespreking in Nederland in november 1923 zijn diepe twijfel uitsprak over de vraag of hij zich nog verder met de nieuwe vereniging zou kunnen verbinden.” Hij heeft geopperd (ook naar een bericht van Willem Zeylmans) dat hij misschien beter een orde zou kunnen oprichten. Zowel Marie Steiner als ook Ita Wegman wezen dit af.
Over de constitutie van die nieuwe vereniging is veel te doen (geweest), omdat er onduidelijkheden zijn rondom de statuten en de naamgeving, waarbij de wil van Rudolf Steiner volgens sommige onderzoekers niet werd gerespecteerd. Zo zou de naam Anthroposophische Gesellschaft bedoeld zijn geweest voor de vereniging waarin de esoterische impuls zou instromen, terwijl de Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft de naam zou zijn voor het verenigingswezen op zich, de ‘Verwaltung’. Het op 8 februari 1924 vermengen van deze twee delen zou tegen de wil van Rudolf Steiner zijn gebeurd en de ingeburgerde naam Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft zou dus verkeerd zijn. Het is een buitengewoon ingewikkelde stapel documenten die daar inzage in geven. Hoe is het precies gegaan?

Wanneer je het belang van de anthroposofie hebt leren inzien, dan ga je natuurlijk ook op weg naar het onderzoeken van de verhoudingen tussen de mensen, die in die tijd een rol hebben gespeeld. Wat is de betekenis van het feit dat Rudolf Steiner het voorzitterschap van de anthroposofische vereniging op zich nam, terwijl hij daarvoor steeds daarbuiten bleef en als het ware als toeschouwer, als geestelijk leraar, zijn medewerking verleende?
Wanneer je denken niet meer in abstracties alleen verloopt, maar je ook in staat bent om in gedachten realiteiten te zien, dan begin je te beleven wat het werkelijk betekend heeft dat een geestelijk leraar het voorzitterschap van een uiterlijke vereniging op zich nam. Hij deed dat niet om die uiterlijke vereniging uiterlijk te laten blijven, maar hij deed dat juist om de anthroposofische impuls die hij droeg te laten instromen in elk lid van de anthroposofische vereniging die zich daarvoor open wilde stellen. Daarom juist moest hij het voorzitterschap op zich nemen, om vanuit die positie ook werkelijk de anthroposofische impuls rechtstreeks naar de leden door te geven, te geleiden. Je zou je kunnen voorstellen dat de vereniging dan inderdaad een esoterisch ‘been’ en een uiterlijk ‘been’ had moeten hebben.
De leden moesten in het esoterische deel zelf actief worden om die impuls dan ook te ontvangen. Wanneer je de berichten volgt die in 1924 verschijnen over het effect van de kerstbijeenkomst, dan zijn die berichten eerst nog heel positief en optimistisch. Maar op een gegeven moment komt er een omslag en wordt het steeds meer en meer duidelijk dat de gewone sleur van het leven de overhand krijgt en dat de anthroposofen hun hart weer meer geven aan hun persoonlijke leven en interessen dan aan die universele anthroposofische impuls die in ieder mens individueel zou kunnen worden.
In een gesprek met Friedrich Rittelmeyer, medeoprichter van de beweging voor religieuze vernieuwing heeft Rudolf Steiner gezegd (2):
“Gelooft u dan dat de antroposofie meer zal worden dan een sterke invloed op onze cultuur? Gelooft u dat zij werkelijk als een nieuwe cultuur kan doordringen?” Hij werd verrassend ernstig. “Als de mensheid niet aanneemt wat haar nu wordt aangeboden, zal ze weer honderd jaar moeten wachten”, zei hij. Er leek een diepe beweging in hem te zijn. Niet alleen verdriet, maar iets als een donderbui van oordeel. Hij sprak niet verder. Ik heb nog nooit zo gezien, hoe in één persoon de ziel van een hele tijd kan beven.”
Ik heb niet de indruk dat men dat in de Antroposofische Vereniging, zoals die zich verder ontwikkeld heeft, echt goed beseffen wil. Men is doorgegaan met de vereniging en met, wat mij betreft, de illusie van een levende impuls van de anthroposofie in de vereniging. Ook de dood van Rudolf Steiner bracht daarin geen verandering. Men meende dat hij vanuit de geestelijke wereld de impuls verder zou voeren – wat hij natuurlijk ook deed, maar op een andere wijze. Ook de strijd tussen de leidende mensen van de antroposofische vereniging, het bestuur, bracht geen verandering in de illusie van een aantal van de bestuursleden dat alles goed liep en gewoon door kon gaan, als maar een paar lastposten verdwenen. Het bestuur was een ruïne geworden, zoals het Goetheanum een ruïne was geworden en men bleef de gedachte volhouden dat het goed ging met de antroposofie op aarde.
Nu kom je als mens op een gegeven moment terug op aarde, je weet niet uit welke tijd je komt, je weet ook niet dat er anthroposofie bestaat. Op een gegeven moment herkende ik dat woord en het zei mij niets. Ik leerde iemand kennen die antroposoof was en hoewel ik die persoon waardeerde, was dat niet iemand die je warm zou maken voor de anthroposofie. Pas toen ik het woord van Rudolf Steiner zelf leerde kennen sloeg de vlam in en werd de ziel in vuur en vlam gezet voor de anthroposofie. Dat wordt natuurlijk een individuele geestdrift, maar tegelijkertijd komt die geestdrift voort uit het universele vuur, de spirituele anthroposofie. Wanneer je eenmaal dat vuur in jezelf hebt gevonden, ga je natuurlijk op zoek naar broeders en zusters.
Jos en ik zijn van het begin af aan in de studie en de meditatie van de anthroposofie een broeder en zuster geweest en soms was er opeens iemand anders die eenzelfde impuls bleek te koesteren – individueel anders uitgewerkt uiteraard. Maar in de Antroposofische Vereniging vonden we die impuls niet terug en ik kan een zekere bewondering hebben voor mensen die het in de antroposofische vereniging uithouden, die daar zelfs mogelijk enthousiast worden en blijven. Zelf hebben we het er ook 14 jaar in uitgehouden en hebben we gezocht naar de oorspronkelijke impuls, vol vertrouwen dat die er zou zijn.
Aan de andere kant begrijp ik ook helemaal niet, dat leden zich daar thuis voelen. Ik heb steeds de indruk gehad: wanneer iemand zich daar thuis voelt, dan heeft diegene toch nog niet echt begrepen wat anthroposofie is. Het is namelijk iets heel anders dan wat in de antroposofische vereniging als antroposofie geldt. Er wordt met recht het levensteken van de ‘h’ weggelaten, anthroposofie is antroposofie geworden. Het moeilijke daarbij is dat je tegelijkertijd zou kunnen zeggen: Je put samen uit dezelfde bron, de mond loopt over van de naam van de grondlegger daarvan. Dat moet toch wel wijzen op een geestverbinding? En toch lijkt het een andere geestesstroming. Het is alsof je in een bekende omgeving komt en alles naar de inhoud zo is zoals het te verwachten is, maar waarin het leven dat daar de sfeer bepaalt geheel en al verschillend is.
Ik wil de volgende vergelijking maken. Er is een boek dat een bestseller is. Het is een roman over Rusland, over het aan de macht komen van Poetin en over zijn begeleider in het Kremlin, zijn raadgever gedurende jaren, die beschouwd wordt als een magiër, een soort Raspoetin. Het is een roman. Poetin heet wel Poetin, maar de magiër draagt een bedachte naam, er is niemand met die naam die deze functie heeft gehad. Maar men ziet natuurlijk overeenkomsten met iemand die in werkelijkheid wel die functie heeft gehad. Hoe het ook zij, het boek is geschreven door een Italiaan die in Frankrijk geboren is en ook de Zwitserse nationaliteit heeft. Het interessante is dat het een boek is dat je wilt uitlezen. Het gaat over Rusland, het gaat over de Russische top, ook over de oligarchen, over de tijd na de val van de muur, over de tijd met Gorbatsjov en Jeltsin en dan uiteindelijk over Poetin.
Ik heb veel Russische romans gelezen. In die Russische romans wordt ook het Russische leven beschreven, maar van langer geleden. Wanneer je dat leest, dan blijf je achter met een onbeschrijfelijke sensatie, waardoor je weet wat de Russische volksziel is. Je zou het met geen mogelijkheid kunnen beschrijven, het is ook geen subjectief gevoel, maar het is iets wat wel degelijk tot het gebied van de kennis hoort, maar wat niet onder woorden te brengen is. Zoals je ook een geur niet kunt beschrijven. Je moet grijpen naar omschrijvingen om duidelijk te maken wat je eigenlijk bedoelt. Dat is me ook opgevallen bij wijnkenners, die wijnen volgens een bepaald protocol beschrijven. Die moeten ook voor de geur en de smaak hun toevlucht zoeken tot andere kwaliteitscategorieën. Ze kunnen niet alleen maar zeggen zoet, zuur of bitter. Dat moet omschreven worden en dan nog weet je: het zal nooit precies zo overgedragen kunnen worden, dat degene die het leest dan ook weet hoe die wijn werkelijk ‘proeft’.
Zo’n ervaring heb ik ook met de Russische volksziel en daar heb je niet eens genoeg aan omschrijvingen. Je komt alleen maar in contact met dat wezen en werken wanneer een Rus zelf aan het woord is. Nu is dit boek geschreven door een Italiaan (of een Zwitser) – het is wel duidelijk dat hij het goed heeft voorbereid en dat hij ook op de hoogte is van bepaalde principes van de macht, dat hij ook Rusland heel goed kent, dat hij de Russen heel goed kent. Wanneer hij de persoon van de magiër in het Kremlin aan het woord laat, dan luister je naar een Rus die precies op de hoogte is van wat er in Rusland allemaal is en gebeurt. Dat beschrijft hij. Maar het is de pen van een Italiaan en hoewel de beschrijving ongetwijfeld buitengewoon kloppend en exact is, heb ik nergens de Russische volksziel beleefd. Ook niet in de beschrijving van de oligarchen. Je leest over het bizarre van het leven van deze mensen, er wordt een ontmoeting met Prigozjin beschreven, dat is/was echt een Rus die zich ook zo gedraagt – maar de beleving is er in de beschrijving niet. Dit, wat ik nu beschrijf, is vergelijkbaar met mijn beleving van de antroposofie op aarde. Er zijn hooggekwalificeerde mensen die heel veel kennis van de antroposofie hebben, die dat ook beleven. En toch… dat wat je beleeft, wanneer Rudolf Steiner zelf aan het woord is en vanuit de anthroposofie spreekt, komt niet aan de orde. Dat gebeurt niet wanneer je in contact komt met de huidige antroposofie op aarde. Ik ben ervan overtuigd dat dat samenhangt met het gebrek aan ontwikkeling van het zuivere levende denken, dat ons het vermogen geeft om de ‘atmosfeer’ te beleven. In het artikel van Tjeerd van Rees-Vellinga vinden we een aantal citaten waarin Rudolf Steiner het belang en ook de noodzaak van de ontwikkeling van het zuivere levende denken aangeeft en waarin hij dat zelfs als een voorwaarde aangeeft om over de anthroposofie te mogen spreken. Wanneer dat gevolgd zou worden, dan zou er een grote stilte vallen. Dan zou de Weihnachtstagung am Goetheanum 2023/24 een zwijgzaam geheel worden, waarin de deelnemers als het ware met berouw zouden erkennen dat ze nog steeds niet hebben gedaan wat Rudolf Steiner in zijn tijd al miste.
Ik moet mezelf uiteraard buiten beschouwing laten, ik laat het aan de lezer over of in mijn werk de anthroposofische ziel en geest aan het woord komt. Voor mijzelf is mijn bron volledig bewust duidelijk de ware anthroposofie. Maar ik vind die waarachtige anthroposofie, die alleen maar kan worden vertegenwoordigd door iemand die het zuivere levende denken ontwikkeld heeft, in de vereniging niet, al heb ik daar tientallen jaren oprecht naar gezocht en erop vertrouwd dat er een moment zou komen dat ik haar vinden zou. Ik heb haar alleen in de geest gevonden. Mij is nooit gevraagd om die in de vereniging binnen te dragen. Met dat raadsel leven wij een levensraadsel. Het is wat mij betreft niet gericht tegen bepaalde personen, maar tegen een bepaalde geestesstroming waar die personen zich voor openstellen, die dan ook nog gevarieerd is, maar de grondtoon is hetzelfde, uit duizenden te herkennen. Zoals ik het beleef is dat niet anthroposofie.
We gaan nu naar 100 jaar Weihnachtstagung. Ik heb uitvoerig beschreven – bijvoorbeeld in De levende Rudolf Steiner, dat ik het voortleven van de impuls van de Weihnachtstagung beschouw als een illusie.
Maar na 100 jaar komt er een nieuwe mogelijkheid. Dat betekent natuurlijk niet dat op 24/ 25 december dat voltooid moet zijn. Het betekent wel dat er een geestbezinning plaats moet vinden op datgene wat anthroposofie nu werkelijk is en op wat de anthroposofie in het mensenhart wordt, met ‘atmosfeer’. Ik heb daar in de laatste jaren veel aandacht aan besteed met de vrienden, met wie we hebben samengewerkt, om deze anthroposofische impuls helder te krijgen. Ik geloof dat er een mogelijkheid bestaat van een echte vernieuwing van de Weihnachtstagung. Maar Dornach zal niet de plaats zijn waar dat plaatsvindt. Het zal nu toch echt het naar anthroposofie verlangende mensenhart moeten zijn waar deze anhtroposofie als werkzame impuls de ziel in vuur en vlam zet, van liefde voor de wijsheid waartoe de mens in staat is.
Ik heb in het eerste decennium van deze eeuw een aantal ‘schokkende’ boeken geschreven, kritisch, omdat ik niet kon schrijven over anthroposofie zonder mijn standpunt te hebben uitgesproken.
Ik sluit dat nu af met dit artikel, waarin ik uitspreek dat het ware wezen van de anthroposofie niet bij de antroposofische vereniging is. Ik sluit het niet uit dat er leden zijn bij wie die impuls wel is, maar de geste en de mimiek en het woord dat de vereniging als geheel laat zien en horen, dat wil zeggen het wezen, is niet de anthroposofie die Rudolf Steiner op aarde gebracht heeft, al klinkt zijn naam en al zijn de woorden overeenkomstig. Zijn woord verbindt ons, maar alleen dan als dat woord ook de juiste gedachten en belevingssfeer in zich draagt, dat wil zeggen het ware wezen.

 

San Michele e il drago, Raffaello, 1505

 

1 De Grondsteen, Willem Zeylmans van Emmichoven, p. 38/39
2 Meine Lebensbegegnung mit Rudolf Steiner, Friedrich Rittelmeyer, 12e druk 2007, p. 83/84

Wie is Mieke Mosmuller?

Mieke Mosmuller is arts, schrijfster en filosofe. Zij schrijft over actualiteiten die raken aan haar filosofisch-spirituele ontwikkelingsweg die zij startte in 1983…

Volgende seminar

30-03-2026 t/m 01-04-2026
In de week voor Pasen bezoeken wij de Kathedraal van Chartres onder leiding van Mieke Mosmuller. We overnachten in de herberg St. Yves, welke zich direct naast de Kathedraal bevindt.

Meer artikelen

Lentebazaar Vriendenkring

In het voorjaar van 2015 werd door de Vriendenkring een Lentebazaar georganiseerd in de Rudolf Steiner School te Breda. De vele vrijwilligers toverden de school

Lees meer

Nieuw boek