De Anthroposofische Beweging

De_anthroposofische_beweging
In dit kleine boek, weergave van een seminar op 12 november 2016 te Zürich, laat Mieke Mosmuller zien wat de werkelijke, maar ook wereldwijde betekenis is van de anthroposofische beweging. Dit is niet een maatschappelijke beweging gebaseerd op de anthroposofie, vergelijkbaar met bijvoorbeeld een vredesbeweging of een jeugdbeweging, of zoals Mieke Mosmuller het noemt: ‘alles wat anthroposofisch beweegt’. De anthroposofische beweging is een innerlijke daad die iedere mens kan voltrekken. Het gehele werk van Mieke Mosmuller gaat over deze innerlijke daad, de weg er naar toe, de voorwaarden, de weerstanden, de valkuilen. In dit boek wordt het grote verband zichtbaar, het wereldhistorisch belang, de noodzaak voor de mensheid. Rudolf Steiner heeft deze daad voorgeleefd. Hij moest daartoe een weg afleggen die ook voor hem niet vanzelfsprekend was.De ontwikkeling van het denken in Europa werd vooral bepaald door Aristoteles en Plato. Rudolf Steiner, representant van het aristotelisme, ontmoette in Karl Julius Schröer de representant van het platonisme. Deze ging geheel op in de prachtige beelden- en ideeënwereld van Goethe. Rudolf Steiner zag dat de platonische ideeën op aarde niet meer werkzaam waren; het platonisme moest met het aristotelisme, de empirie, het waarnemen, verbonden worden. Omdat Karl Julius Schröer zijn karmische opdracht hierin niet kon uitvoeren, nam Rudolf Steiner dit werk op zich: het redigeren van de natuurwetenschappelijke werken van Goethe. Dit betekende een omweg in zijn ontwikkeling. Hij beleefde daardoor de betekenis van de werkelijk vrije daad. In Goethes werk vond hij de ideeën in de natuur, in het waarnemen, die echter als ideeën eveneens ‘alleen maar ideeën’ bleven, zoals in het aristotelisme was gebeurd onder invloed van Lord Bacon in de 17de eeuw. De verbinding vond Rudolf Steiner in de ‘daadhandeling van het ik’, zoals beschreven door Johann Gottlieb Fichte. Wat bracht Rudolf Steiner hier tot stand waardoor aristotelisme en platonisme daadwerkelijk verbonden werden en vruchtbaar konden worden?Mieke Mosmuller laat dit proces meebeleven en geeft oefeningen om te komen tot het zuivere begrip, het zuivere denken, en het hierdoor gerealiseerde ik, dat vorm en materie, begrip en realiteit tegelijk is. Doordat platonisme en aristotelisme in dit boek tot leven komen, komen deze ‘wereldkrachten’ dichtbij; hierdoor kan nu misschien ook het antwoord oplichten op de door Rudolf Steiner aan ons gestelde vraag, tot bewustzijn te brengen tot welke van die twee stromen wij zelf behoren. De wereldhistorische betekenis van de verbinding, die door ieder van ons te realiseren is in de daadhandeling van het ik, wordt duidelijk.

Als we de inhoud van dit boek opnemen en deze oefeningen doen, gaan we het ik beleven als realiteit in de innerlijke handeling; daardoor leren we de denkkracht kennen, kunnen de begrippen tot leven komen en kan de verbinding van de geest met de fysieke werkelijkheid gevonden worden.
De drieledigheid in de begrippen (in filosofische termen, die we al kennen uit ‘Zoek het Licht’: universalia ante rem, in re en post rem) wordt ook ervaarbaar in het ik. Deze drieledigheid van het ik is de basis van de Grondsteen. Vele passages in het werk van Rudolf Steiner die onbegrijpelijk leken, krijgen betekenis. Deze betekenis. Want het is de kern. Het is de anthroposofische beweging.

Rudolf Steiner heeft dit voorgeleefd. Hij was deze beweging. Hij heeft deze beweging bij de Kerstbijeenkomst van 1923 met de Anthroposofische Vereniging verbonden. Bij de heroprichting van die vereniging sprak hij: ‘Deze anthroposofische beweging is niet een aardedienst, deze anthroposofische beweging is in haar geheel in alle aspecten een godendienst, een eredienst voor God.’
Laten wij ons bewust worden van het grote belang voor de mensheid hiervan. De anthroposofische beweging kan alleen vruchtbaar worden als wij er naar streven deze door Rudolf Steiner voorgeleefde daad na te voltrekken.

Wie is Mieke Mosmuller?

Mieke Mosmuller is arts, schrijfster en filosofe. Zij schrijft over actualiteiten die raken aan haar filosofisch-spirituele ontwikkelingsweg die zij startte in 1983…

Volgende seminar

30-03-2026 t/m 01-04-2026
In de week voor Pasen bezoeken wij de Kathedraal van Chartres onder leiding van Mieke Mosmuller. We overnachten in de herberg St. Yves, welke zich direct naast de Kathedraal bevindt.

Meer artikelen

Vriendschap

In mijn romans komt tot uiting hoe ik de ware vriendschap zie. Mensen met verbindingen door levens heen incarneren zich op aarde en vinden elkaar.

Lees meer

S’Odile, Sol Dei, zon Gods

Na de val van het West Romeinse Rijk in het jaar 476, met de afzetting van keizer Romulus Augustulus door de Germaanse veldheer Odoaker, viel het Romeinse rijk steeds verder uiteen door invallende Germaanse stammen van boven de Rijn en door de Visgoten van boven de Donau.

Vele stammen hadden het Arianistische Christendom aangenomen, waarbij de Christus wel als Zoon van de Vader, maar niet als God werd aangenomen. Het kerkelijke Romeinse en Orthodoxe Christendom hield vast aan de patriarch Athanasius, waarbij Christus net als de vader God is.

Voor de Germanen was het Arianisme naast hun oude Goden beter te aanvaarden. De Kerk veroordeelde het Arianisme in 325 n. Chr. op het Concilie van Nicea als ketterij. In Noord-West Gallië tussen Soisson en Parijs tot aan de Bretagne bleef een gebied in Romeinse handen, geregeerd door Aegidius en zijn zoon Syagrius. Aanvankelijk was dit via Aquitanië, Occitanië en de Languedoc nog met Italië verbonden, later ontstond een apart koninkrijk met de naam Neustrië (nieuw land, Soisson tot Bretagne). Clovis I de Merovinger uit Tournai (Doornik, 465) versloeg Sygarius in 486 bij Soissons. Hij verenigde Neustrië met het oostelijk gelegen gebied Austrasië (Vlaanderen, Holland, Metz, Aken, Keulen tot Fulda). Clovis ging door zijn vrouw Chlotilde over tot het Christendom en werd gedoopt in 496. Ook Aquitanië en Bourgondië verenigde hij in een Frankisch rijk. Na zijn dood viel het rijk weer uiteen in twee hoofdgebieden: Neustrië en Austrasië. In de tweehonderd jaar daarna was er voortdurend oorlog tussen beide landen. In die tijd werd de functie van hofmeier, hoofd van de hofhuishouding, steeds belangrijker. Deze breidden hun functie uit tot feitelijke heersers over het koninkrijk, met meer macht en invloed dan de koning zelf. De hofmeesters bestuurden het land en bestreden elkaars grondgebied.In deze strijd mengde zich de zoon van hofmeier Liuteric van Neustrië onder Teodorik III, de behendige, sluwe en boosaardige Hertog Eticho van Elzas en Bourgondië, ofwel Aldaric genoemd. Hij steunde afwisselend hofmeier Ebroin bij Childerik II van Neustrië en hofmeier Pepijn van Herstal bij Dagobert II van Austrasië. Hij ontving hiervoor landerijen, burchten en kloosters. Hij vermoorde de abt Germanus van Granfelden van het klooster Montier-Grandval om zijn gebied uit te kunnen breiden. De kleinzoon van Pepijn van Herstal, Pepijn de Korte, werd uiteindelijk koning van geheel Frankrijk, opgevolgd door zijn zoon Karel Martel en later door zijn kleinzoon Karel de Grote.

Deze strijd om de hegemonie in het Gallo-Frankische gebied kwam nog geheel uit de krachten van de Keltisch-Germaanse stammen, waarbij bloed en erfelijkheid de hoofdrol speelden. Het recht van de fysiek sterkste doortrok het hele bestaan van die tijd, waarin huwelijk, verraad, verbanning, moord en doodslag de gebruikelijke methoden waren om het gewenste doel te bereiken.

Lees meer

Nieuw boek